Fairplay

Vrijwel iedereen die aan sport doet, of heeft gedaan, kent wel de term fair play.

Globaal kunnen we het fair play-beginsel omschrijven als 'het hanteren van een aantal afspraken en regels om de sport voor zo veel mogelijk mensen aantrekkelijk en plezierig te houden'.

Fair play is in feite een gedragscode voor de manier waarop we samen aan sport willen doen. Door bewust met die onderlinge afspraken en regels om te gaan, kunnen we de sport ook in de toekomst eerlijk en aantrekkelijk houden. Beperking van blessures voorkomt persoonlijk leed en levert ook nogal wat financiële besparingen op. Te denken valt in dit kader aan medische kosten en die van arbeidsongeschiktheid. Fair play vereist niet alleen dat iedere sporter zelf de (spel)regels naleeft, maar ook dat we elkaar (blijven) stimuleren naar de geest ervan te handelen.

Ook dienen we de regels zo nodig aan te passen om het spel plezier te vergroten (kwaliteitsaspect).

Buiten de sporter en zijn directe omgeving (ouders, trainers en begeleiders) bepalen ook tal van andere invloeden en instanties de sfeer waarin sport wordt beoefend, zoals de media, sponsors en de toeschouwers.

Fair Play gaat over sportiviteit en respect in de sport. Sportiviteit draagt bij aan een leuke, plezierige en veilige sportbeoefening. Fair Play komt aan de orde als binnen een sportsituatie met elkaar de 'strijd' wordt aangegaan. Helaas kennen we ook allemaal de slechte voorbeelden van spelovertredingen, scheldpartijen, pesten en agressief gedrag.

De bevordering van Fair Play richt zich op de aspecten: omgang met regels en omgang met anderen.

Omgang met regels:

 
 

Geschreven regels

Fair Play heeft te maken met het naleven van de geschreven regels. Als sporters zich met elkaar gaan meten, is een minimale voorwaarde dat er regels zijn. Deze regels maken de wedstrijd en een eerlijke strijd mogelijk. De sporters moeten zich willen houden aan de regels (attitude) en zich kunnen houden aan de regels (regelkennis en vaardigheid).

 
  

Ongeschreven regels

Binnen de sport zijn er ook altijd bepaalde ongeschreven regels; de gedragsnormen. Het is bijvoorbeeld onsportief om na afloop van de wedstrijd de tegenstander geen hand te schudden. Een ander voorbeeld is dat er wordt verwacht dat de bal uitgetrapt wordt tijdens een blessure van de tegenstander en vervolgens teruggegooid naar de ploeg die het laatste in balbezit was.

 

Omgang met anderen:

Hoe gaan sporters, trainers, coaches en scheidsrechters met elkaar om tijdens de wedstrijd? Is er sprake van onderling respect. Is er een strijd tussen de sporters, waarbij alles geoorloofd is als de scheidsrechter het maar niet ziet? Wordt er gemopperd als iemand fouten maakt? Worden beslissingen van de scheidsrechters door sporters en trainers geaccepteerd? En geven de trainers en coaches het goede voorbeeld?

Voor alle groepen in een sportvereniging of sportbond bestaan verschillende gedragsregels.

  
   

Voorbeelden van deze gedragsregels voor sporters zijn:

• Gedraag je altijd en overal sportief

• Spreek elkaar aan op het gedrag

• Geef het goede voorbeeld

• Ik ben zuinig op jouw spullen. Ben jij dat ook op die van mij?

• Afspraak is afspraak!

• Houd je aan de spel- én clubregels

• Accepteer beslissingen die genomen zijn

• Blijf sportief, ook als je tegenstander dat niet is

• Probeer te winnen, maar doe dat op een eerlijke manier

• Complimenteer Fair Play

• Respecteer het werk van de mensen die het sporten voor jou mogelijk maken

• Geef fouten toe